CultuurEnSamenlevingVanQuon

 
TERUG naar Quon Spelwereld

Het Keizerrijk Quon staat bekend als het land dat groots is geworden door tegenslag. Quon is het meest centraal gelegen land in Erumdar en heeft in het verleden vaak te maken gehad met agressieve buurlanden. Maar vooral de recente oorlogen met Vodan en Hastaria hebben bewezen dat Quon wel degelijk weerbaar is. Een kenmerkende eigenschap van Quonezen is dan ook een sterke, nationalistische trots die ondanks tegenslagen blijft bestaan. Het land wordt tegenwoordig bestuurd door Keizerin Genevieve Armitage en het Consilium: een recente verandering na de dood van de laatste troonopvolger en de daaropvolgende burgerstrijd. 

Wapenschild Quon web

De maatschappij van Quon is er één van hardwerkende burgers. De bewoners van het land zijn allemaal vrij, op de manier dat ze niet gebonden zijn aan een heer of stuk grond. Wel moeten zij belastinggelden afstaan aan de heer van de stad of het landerij waar zij wonen. In tijden van oorlog is de heer verantwoordelijk voor de bescherming van de inwoners van zijn land, maar kan hij ze ook oproepen om te strijden voor het Keizerrijk. De meeste burgers van Quon werken in de voedselvoorziening. Zij zijn vissers, boeren of houden grote kuddes vee. Anderen houden zich bezig met ambachten, en maken de prachtigste voorwerpen die zowel in binnen- als buitenland worden verkocht. Quons belangrijkste exportproducten zijn wol en hout, en de bijbehorende producten zoals lakens en meubels. Weer andere burgers houden zich bezig met het beschermen en besturen van het land. Zo kent Quon veel magistraten en beroepssoldaten, ook wel legionairs genoemd, die er samen voor zorgen dat de maatschappij draait en de vrede bewaard blijft.

Magie speelt binnen de maatschappij van Quon een grote rol. Magie maakt het dagelijks leven makkelijk voor hen die het weten te beheersen, en deze magiërs genieten dan ook een hoog aanzien in het land. Quonezen zoeken naar steeds nieuwe manieren om met magie het leven te vergemakkelijken, daardoor staat Quon tegenwoordig voorop in innovaties op dit gebied. Maar, doordat mensen hun heil zoeken in magie, is er al eeuwen slechts zeer langzaam sprake van technologische vooruitgang in het Keizerrijk. 

Sinds in de vroege dagen van het keizerrijk, Keizer Rowintil II in Tri-Quon, de eerste Spelen hield, is dit een groot jaarlijks terugkerend festijn geworden. Tijdens de Spelen loopt heel de stad uit naar de grote arena waar vervolgens speciaal getrainde krijgers, kampvechters, elkaar vaak tot de dood bestrijden. De kampvechters zijn vaak vrijwillig in deze positie gekomen, maar er zijn ook geruchten dat dit ter dood veroordeelde misdadigers of, erger nog, opgekochte slaven uit het woestijnland Shubië zijn. Naast de gevechten worden er tijdens de spelen ook nog een grote markt gehouden en trekken circus troepen en theater families naar de stad toe om het publiek te vermaken. Tegenwoordig kent elke grote stad in Quon wel de Spelen en is het niet meer alleen in de hoofdstad. Naast de Spelen kent Quon een festival dat vier keer in het jaar wordt gevierd, het Festival der Seizoenen. Tijdens deze feestelijkheden wordt het aankomende seizoen onthaald en het afgelopen seizoen afgesloten. Gemaskerde ballen, feestmalen en ceremonies vullen deze vrije dag voor het hele volk.

Quon heeft al sinds jaar en dag een geschreven wet die voor iedere inwoner van het land geldt. De wetten worden gehandhaafd door het plaatselijke gezag, dus baronnen en graven en hun gezworen ridders of dorps- en stadswachten. Hoewel vroeger elke edelman mocht rechtspreken, wordt deze bevoegdheid steeds vaker afgegeven aan een onafhankelijke rechter. De straffen in Quon bestaan voornamelijk uit boetes, dwangarbeid of gevangenisstraf. Lijfstraffen en de doodstraf worden enkel in extreme gevallen uitgevoerd, maar komen zeker voor gezien Quonezen geloven dat de maatschappij tegen criminaliteit moet worden beschermd, en daar dus rechten van het individu op moeten worden ingeleverd.

In Quon is iemand volwassen wanneer hij of zij de leeftijd van 16 heeft bereikt. Op die leeftijd mag zij trouwen en mag zij zich als gelijke achtten van de andere volwassenen. Kinderen worden in Quon gezien als zowel een zegen als een last. Een zegen omdat zij de toekomst zijn, een last omdat kinderen erg hulpbehoevend zijn, en de hardwerkende burgers van Quon naast hun vele werkzaamheden weinig tijd hebben voor de kinderen. Vrouwen in Quon worden namelijk niet gedwongen om het huisvrouwen leven te accepteren. Ongetrouwde vrouwen hebben gelijke kansen als mannen en zouden in hun leven evenveel kunnen doen en bereiken, wanneer een vrouw echter trouwt wordt er wel van haar geëist dat zij aan de verwachtingen van het huwelijk voldoet. Om deze reden worden er de laatste decennia in Quon maar weinig huwelijken gesloten, en dit, samen met de vele gestorven legionairs over de jaren, zorgt ervoor dat de bevolkingsgroei van Quon aan het stagneren is.

Het is in Quon toegestaan om te trouwen met iemand van hetzelfde geslacht. Ook onder de adel is dit geaccepteerd en kunnen er zelfs strategische huwelijken worden gesloten tussen personen van hetzelfde geslacht.  Dit komt echter zelden voor bij adellijke families met een enkele zoon of dochter, gezien het belang van de voortzetting van de bloedlijn. Ook wordt er bij zowel de adel als burgers nog steeds waarde gehecht aan het grootbrengen van kinderen, al wordt adoptie als een zeer gangbaar alternatief gezien.


Demografie

Vlag TriQuon web

De meeste inwoners van Quon zijn mensen. Zij leven doorgaans een doorsnee leven van hard werken, een familie starten en genieten van de kleine dingen in het leven. Het zijn ook de mensen die in Quon het handelsnetwerk hebben opgericht en het land draaiende houden. Om die reden zijn het vooral mensen die in hoge posities te vinden zijn, mensen houden de boel draaiende en houden de touwtjes stevig in handen. Ongeveer één derde van de mensen in Quon is magisch begaafd.


Een andere grote bevolkingsgroep in Quon zijn de elven. Zij leven voornamelijk in de Elvenbossen en bemoeien zich maar een enkele keer met de zaken van de mensen. Doordat aan hen een oneindig lang leven is geschonken, spenderen velen van hen hun leven aan het verwerven en beschermen van kennis. Echter, ook steeds meer elven houden er een levensstijl zoals die van de mens op na. Zij zijn betrokken bij de politiek van het land of proberen rijkdommen te vergaren, en ook de Keizerlijke Legioenen zien steeds meer aanmeldingen van elven. De elven hebben eeuwenlang een eigen koningin gehad, Vrouwe Nerwen, maar zij heeft als Koningin nooit formele macht gehad in Quon. 


Naast de mensen en elven leven er nog honderden andere wezens. Quon is het centrum van Erumdar, en dat is terug te zien in de verschillende rassen die over de honderden jaren hun thuis hebben gevonden in het land Quon, waaronder: dwergen, hagedismensen, orks, goblins, dryaden, maar ook allerhande wezens die minder makkelijk in een hokje te plaatsen zijn. De mensen en elven van Quon hebben nooit problemen gehad met deze uitheemse rassen, zij houden tolerantie voor alle wezens hoog in het vaandel, zolang zij maar even trots op Quon zijn als de mensen en elven.


Provincies, Landerijen & Steden

Vlag Merthyr web

Het land Quon is opgedeeld in vier provincies, Merthyr, Gadië, de Elvenbossen en At’ac. Aan het hoofd van deze provincies staat een hertog. De provincies zijn weer opgedeeld in verschillende baronieën en graafschappen welke elk worden geleid door een adellijke familie.


De provincie Merthyr is de meest centrale provincie van Quon en huist dan ook de hoofdstad Tri-Quon. Het landschap bestaat voornamelijk uit vruchtbare velden, kleine bossen, heuvels en dalen en kronkelende rivieren. Het land is deels gecultiveerd met akkers, grasvelden, boomgaarden, dorpjes en steden en is over het algemeen makkelijk begaanbaar. Goed onderhouden wegen en bruggen verbinden de nederzettingen met elkaar en maken de handel tussen steden door heel het land mogelijk.


De hertogstitel van Merthyr is in de handen van de familie Armitage; de huidige hertogin is Genevieve Armitage. Merthyr is de dichtstbevolkte provincie, met vele dorpen en kleine steden die de hoofdstad omcirkelen. Veel van het land is gecultiveerd en wordt gebruikt voor de landbouw. Merthyr is opgedeeld in de volgende landerijen: Clarence, Tri-Quon, Oost-Merthyr, West-Merthyr.


In Merthyr bevindt zich de hoofdstad Tri-Quon, gelegen in het gelijknamige graafschap. Tri-Quon is al eeuwenlang het centrum van Quon en heeft in die eeuwen vele prachtige bouwwerken zien verschijnen. Zowel de hoogste politieke macht als de hoogste religieuze macht zijn hier gevestigd, respectievelijk in het Keizerlijk Paleis en de Sanctuarium Aurum. 


In de bossen van Clarence ligt een klein dorp verscholen dat ondanks zijn inwonertal van groot belang is gebleken. Dit dorp, genaamd Boshoek, is in het verleden het toneel geweest van vele grootse gebeurtenissen zoals de strijd tussen volksheld Calané en de verrader Sanukes, de dood van Destiny, de moord op de bruid van Zasyak; Phaeril, en het ontstaan van Nyarayn uit de samensmelting van Aurus en Zasyak. De bron die de aantrekkingskracht vormt voor al deze gebeurtenissen is waarschijnlijk het graf van Quonartasillia.


Fobesum is de grootste stad van het graafschap West-Merthyr en de zetel van de Armitage familie. Deze grote stad, zonder muren, volgt het typische Quoneze beeld van rechte, brede straten en overzichtelijke wijken tot op de letter. 

 
Vlag Gadie web

De noordoostelijke provincie Gadië is het meest geïndustrialiseerd. Het landschap bestaat tegenwoordig uit grote grasvlaktes. Doordat Gadië direct aan Ranur grenst, is er in het verleden in deze streken veel oorlog gevoerd. Het landschap is nooit compleet hersteld, wat landbouw nog altijd moeilijk maakt.. Ruïnes van vestigingen, maar ook inslagkraters van oude magie zijn overal te vinden in deze streek. De grote, lege velden worden tegenwoordig gebruikt om schapen te hoeden en veel Quoneze textiel komt dan ook uit Gadië.De havens in het noordoosten zijn de enige in Quon en zijn dan ook drukbezocht door zowel Quoneze als buitenlandse handelaren. Het zijn smeltpotten van allerlei culturen en de raarste zaken zijn er dan ook te koop. De goederen die in de havens binnenkomen worden vervolgens via de vele wegen naar het achterland vervoerd.


De hertogstitel van Gadië ligt in de handen van de familie Van Goswijn; de huidige hertog is Felix van Goswijn. De provincie is opgedeeld in de volgende landerijen: het Gadisch Noordland, Betul, Tristel.


In de baronnie Tristel is de gelijknamige stad te vinden. Bijna alle goederen die vanuit de havens naar het achterland worden doorgevoerd, komen eerst in de stad Tristel terecht. Het wordt dan ook wel eens gezegd dat wie de eerste keus wil hebben in handelswaren, beter naar Tristel dan naar Tri-Quon kan reizen. Ook is Tristel de stad waar het graan wordt opgeslagen, om uit te delen aan het volk en om te verhandelen met het buitenland. Naast haar functie als doorvoer stad, staat Tristel bekend om haar dikke muren. Haar noordelijke ligging heeft de stad vaak het slachtoffer gemaakt van belegeringen van de Ranurianen, maar de stad is in al die jaren nooit gevallen, een feit waar de inwoners van Tristel erg trots op zijn.


De grootste stad in de baronnie Betul, is de gelijknamige Betulsstad. Gelegen nabij de grens met Ranur is deze stad vaak het toneel geweest van verwoesting en plundering. De ooit glorieuze stad is in de laatste eeuwen vergaan tot een armoedige verzameling van krotten en ruïnes. Toch blijven de inwoners van de stad steevast op hun plek wonen, gezien er gezegd wordt dat het water wat rond de stad te vinden is, helende krachten zou bezitten.


In het meest noordelijke graafschap, het Gadisch Noordland,  zijn geen grote steden te vinden. De uitgestrekte velden van het Noordland worden gebruikt door schapenhoeders, maar ook als trainingslocatie voor nieuwe legionairs.   

 
Vlag Elvenbossen web

De provincie de Elvenbossen bestaat veelal uit bebost gebied en beslaat het gehele westen van Quon. In deze bossen houden zich voornamelijk elven en daarnaast vele verschillende magische wezens op. Vele stukken bos zijn dan ook nog nooit door mensenogen aanschouwd. Dwalen door de bossen wordt dan ook enkel gedaan door de dapperste avonturiers, gezien de kans dat je wat wonderlijks tegenkomt even groot is als de kans dat je nooit meer terugkeert Het grootste deel van de landerijen worden bestuurd door niet-menselijke wezens. Toch zijn de Elvenbossen doorkruisbaar dankzij een netwerk van goed onderhouden wegen dwars door de bossen en valleien. Deze wegen leiden langs elvensteden vol pracht en praal, maar ook de simpele nederzettingen van jagers en houthandelaren. 


De vroegere hertogin van de Elvenbossen, Vrouwe Nerwen, was tevens benoemd tot koningin van de elven, al was deze titel vooral symbolisch. Na haar gefaalde opstand, en uiteindelijke dood door Lucius van Zwanenburcht, werd Geratio van Heugstee benoemd tot nieuwe hertog van de Elvenbossen. 


De provincie is opgedeeld in de volgende landerijen: Noord-Segralis, Zuid-Segralis, Karlstein, Karlsdal, Martol, Justia, Douwsmoeder, Zaire, Junoha, Rivierseinde en Filistië.


De enige stad in de provincie de Elvenbossen die niet diep in de bossen is gelegen, is de stad Karlstein, te vinden in het gelijknamige landerij. Deze stad wordt doorgaans gezien als het magische centrum van Quon, veel onderzoek naar geschriften en artefacten vindt hier plaats. Ook schijnt er veel te worden geëxperimenteerd met magische vaardigheden die de wet niet toestaat. De stad wordt gezien als dé plek waar geheime genootschappen kunnen samenkomen zonder dat Tri-Quon hen in de gaten houdt. 


De grootste stad diep in de bossen is de Stad van Smaragd. Deze stad is een typisch elvenfort, vol van sereniteit, levendige natuur en oeroude magie. De stad wordt dan ook voornamelijk bewoond door elven, hoewel andere rassen niet worden geweerd. Er wordt maar weinig handel gedreven met de Stad van Smaragd, gezien de stad zichzelf kan voorzien van alles wat haar inwoners nodig heeft, iets waar veel handelaren zich boos over maken gezien de stad vele prachtige schatten produceert, maar deze voor zichzelf houdt. Tevens zijn in deze stad de oudste tempels te vinden, welke millennia lang bewaard zijn gebleven. De Stad van Smaragd was de zetel van Hertogin Nerwen, maar Hertog Geratio heeft ervoor gekozen om de provincie te besturen vanuit zijn eigen baronnie Justia


De stad Hoogveld is de grootste stad van het graafschap Zuid-Segralis en de oorspronkelijke zetel van de Vilash familie. Aan de rand van de Elvenbossen staat de stad met haar bruine muren en torens temidden van een uitgestrekt grassig landschap, waar Hoogveld ook haar naam aan dankt.  Hoogveld is altijd al een rijke stad geweest door haar gunstige ligging voor handel met Diarla en Kendall, en deze rijkdom heeft ervoor gezorgd dat ook de kunsten goed vertegenwoordigd zijn hier. De Galerij van Augustina, vernoemd naar de grondlegger van de Vilash familie, huist enkele van de belangrijkste kunstwerken van Quon.


Vlag Atac web

At’ac, gelegen in het zuidelijke puntje van Quon,  is de kleinste provincie en bestond een tijd lang uit niet meer dan een gigantische krater gevuld met as, veroorzaakt door de God Zasyak. De hertogstitel van At’ac ligt in de handen van de familie Smidshamer; de huidige hertog is Kratos Smidshamer. Het landschap is recentelijk weer langzaam gaan bloeien;  de as verwaaide en onthulde een vruchtbare grond die het gebied geleidelijk weer bewoonbaar maakt. De provincie is nu druk bezig met een wederopbouw van At’ac. Deze wordt overzien vanuit haar eerste, en tot nu toe enige, stad: Incus, de zetel van de Smidshamer familie. Voorheen was de provincie een woestijnachtig gebied welke veel handel bedreef met Hastaria en Shubië. 


Tarantil was tot enkele jaren terug ook nog een provincie van het keizerrijk, maar heeft zich tijdens de Ranuriaanse bezetting onafhankelijk verklaard en niet lang daarna aangesloten bij het Vorstendom Quenelles.

Langs het gehele noorden en een deel van het westen loopt tevens het Martolia Gebergte. Dit gebergte vormt een natuurlijke grens met Ranur, Diarla en een deel van Kendall. Deze bergen zijn stijl en gevaarlijk en worden bewoond door orkstammen, maar ook ander gespuis. Dit maakt de bergen een gevaarlijke plaats voor onervaren reizigers, vele maken dan ook de keuze om om de bergen heen te reizen in plaats van eroverheen.

Bestuur

Het Keizerrijk Quon wordt op feodale wijze, met een kanttekening, geregeerd. Dit komt erop neer dat de bezitter van al het land, de keizer, delen van zijn land uitleent aan andere edellieden die in zijn naam deze gebieden besturen. Deze edellieden kunnen op hun beurt weer delen van hun land opsplitsen in kleinere landerijen en daar lagere adel over laten regeren. In ruil voor de stukken land die de edellieden mogen beheren, zijn zij hun leenheer trouw, militaire steun en belastinggelden verschuldigd. De leenheer op zijn beurt heeft de plicht om zijn leenmannen te steunen en te beschermen wanneer nodig.


In Quon komt dit in de praktijk neer op een stelsel in drie trappen. De keizer is de heer van heel het keizerrijk en heeft deze opgedeeld in verschillende provincies die in zijn naam door een hertog bestuurd worden. De hertogen hebben op hun beurt weer de provincies verdeeld in meerdere landerijen die door een graaf of baron geregeerd worden.


De adelstand in Quon kan een verwarrend iets zijn voor hen die niet uit het keizerrijk komen. Er zijn veel verschillende rangen en standen die soms ook overlappen in hun status. De volgende adellijke titels zijn er in Quon:

De keizer is de heerser van heel Quon en heeft delen van zijn rijk in leen gegeven aan hertogen, baronnen en graven.
  
Een hertog is de heerser van een provincie en heeft als leenheer alleen de keizer.

Een graaf en een baron hebben van een hertog of de keizer een deel van een provincie (een landerij) in leen gekregen. Zij besturen hun gebied in naam van de hertog en keizer en hebben beiden als leenheer.

Een jonkheer is iemand van adel die verder geen titel of land bezit. Dit kan de zoon van een hertog, baron of graaf zijn, maar ook iemand die door zijn verdiensten deze titel heeft verkregen.

Een ridder is iemand van adel die heeft verkozen zich te richten op de strijd. Alhoewel ridders zeer gerespecteerd zijn, is de ridderstand de laagste klasse van adel. Hiervoor moeten zij in het bezit zijn van een paard, volledige metalen wapenuitrusting, een zwaard en moeten zij tot ridder zijn geslagen door een baron, graaf of de keizer. Als ridder zijnde ben je automatisch ook een jonkheer, maar dat betekent niet dat een jonkheer automatisch ridder is. Ook hertogen, graven en baronnen kunnen ridder zijn. Lagere ridders zonder land of hogere titel hebben zichzelf vaak aan een hogere edelman gezworen en zijn op die manier ‘in dienst’ van een ander.


Bij gebrek aan een keizer werd Quon een aantal jaar centraal bestuurd door de Senaat: een verzameling van 45 edellieden, geleerden, magistraten en entrepreneurs, voorgezeten door de regent. De positie van regent en de Senaat zijn recent vervangen door de Keizer Temporalis en het Consilium. De Keizer Temporalis regeert het land vanuit Tri-Quon en heeft het recht om magistraten en edellieden te benoemen of uit hun functie te ontheffen. Zoals de naam aangeeft, regeert de Keizer Temporalis voor enkele jaren en wordt hij gekozen vanuit het Consilium. Deze raad bestaat uit de vier hertogen, de Praeca Prima en twee ex-Senatoren; baron Arvon ten Zilvergloed en Myrthe Oeverloos. Het Consilium adviseert de Keizer Temporalis over het opstellen van wetten en het maken van beslissingen van nationaal belang. Baronnen en graven hebben het recht om hun gebied naar eigen inzicht te besturen, maar worden wel immer gecontroleerd door de  Keizer Temporalis en het Consilium.


Militair

In de geschiedenis van het keizerrijk kent het land vele oorlogen en conflicten, waardoor er weinig generaties zijn geweest die in volledige vrede hebben geleefd. Het is daarom ook niet vreemd dat Quon een goed georganiseerd leger heeft als reactie op de vele bedreigingen die zich buiten zijn grenzen bevinden.


Quoneze Legioenen


De Quoneze Legioenen staan in Erumdar bekend als één van de beste strijdmachten. De legionairs zijn, in tegenstelling tot de andere krijgers van Quon, beroepssoldaten. Als iemand zich bij de legioenen wilt aansluiten, gaan daar eerst enkele proeven aan vooraf die de soldaat testen op vaardigheid, discipline en vaderlandsliefde. Mocht de soldaat die proeven doorstaan ontvangt hij zijn eerste wapenrok in de kleuren van het Keizerrijk en begint zijn ware training. Hier zit geen vaste tijd aan, maar de soldaat blijft in deze fase totdat zijn meerdere tevreden zijn en pas dan mag hij zich officieel legionair noemen. Legionairs blijven voor 30 jaar in dienst en ontvangen daarna, bij hun ontslag, een groot bedrag in zilverstukken en een officieel mandaat waarop hun daden en kwaliteiten staan. In de eerste twee eeuwen van het Keizerrijk kregen de legionairs na de 30 jaar ook nog een stuk land om op te leven, maar het bleek al snel dat het Keizerrijk hier niet groot genoeg voor was. Legionairs genieten van veel aanzien en respect binnen Quon.


De Legioenen kennen de volgende commandostructuur:

Tien legionairs (soldaten) vormen een decembrum, de langst dienende legionair in een decembrum is de leidinggevende van zijn tiental soldaten. De legionairs in een decembrum delen een tent, een kookpot en een paard voor hun bagage.

Vijf decembrums (50 man) vormen een vexillum, een banier. De langst dienende legionair in een vexillum is de leidinggevende van de vijftig soldaten. Een vexillum dankt zijn naam aan de banier die een van de legionairs draagt en die specifiek bij die groep soldaten hoort. Het dragen van de banier wordt als een grote eer gezien.

Twee vexillii (100 man) vormen een manipel met een centurion aan het hoofd. Een centurion is ook altijd van adel of wordt tot de adelstand verheven en draagt de titel van jonkheer, dit is iets wat pas de laatste eeuwen gedaan wordt.

Vijf manipels (500 man) vormen een cohort. Aan het hoofd van een cohort staat een preator die samen met zijn vijf centurions de cohort leidt. In de meeste conflicten waar geen complete legioenen voor nodig zijn is de preator de hoogste in rang en automatisch ook de facto generaal. Een preator is altijd een ridder of wordt geridderd en draagt dus de adellijke titel van jonkheer.

Meerdere cohorten (500+ man) vormen een legioen met aan het hoofd een magnus preator, de generaal van een legioen. De magnus preator is, net als een preator, ook altijd een ridder en draagt de adellijke titel van jonkheer. 


Feodale Troepen

Naast de professionele strijdmacht in de vorm van de legioenen, kent Quon ook nog een andere strijdmacht. Dit is geen staand leger en kent eigenlijk ook geen vaste naam; vaak wordt het aangeduid onder de feodale troepen. Onder het feodale systeem kan een hertog of de keizer zijn leenmannen de opdracht geven hem troepen te leveren. Baronnen en Graven kunnen als landsheer in hun eigen landerij rechtstreeks een beroep doen op alle vrije burgers om in hun leger te dienen. In tijd van nood moet elke baronie op vraag van de leenheer een aantal soldeniers leveren. Dit zijn gewone burgers, zonder militaire opleiding. Zij worden bewapend door hun heer, vaak uit zijn eigen financiën, en trekken daardoor vaak ten strijde met simpele en eenvoudige wapens. Goede bepantsering komt minder vaak voor bij deze soldeniers tenzij de burgers daar zelf al over beschikken. De soldaten krijgen van hun heer een klein loon en een wapenrok of surcote in de kleuren van hun baronie, graafschap of hertogdom.

Baronieën of graafschappen langs de kust moeten, wanneer gevraagd, zorgen voor een vloot voor hun heer. Op bevel moeten ze elk een bepaald aantal schepen uitrusten voor de strijd op zee. De schippers en de vissers worden dan gebruikt als bemanning.

Er zijn ook sommige leenmannen binnen Quon, vaak de houders van grensgebieden, die hun inwoners voorzien van een vorm van wapentraining en betere uitrusting, om zo een betere strijdmacht te kunnen leveren als hun heer daar om vraagt.

Het is in de feodale legers dat je ook de meeste ridders zal treffen. Een ridder binnen Quon is een edelman die heeft gekozen om zich niet aan een hof te binden maar zich te wijden aan de strijd. Ridderschap moet verdiend worden en is in Quon niet erfelijk. Alleen een leenheer kan een edelman of edelvrouw tot ridder slaan, iets wat als een hele grote eer gezien wordt. Van elke ridder wordt tijdens oorlogen verwacht dat hij een aantal paarden met zich meebrengt en beschikt over een volledige wapenuitrusting. Bovendien moet hij alle bagage, waaronder: voedsel, tenten en andere benodigdheden voor de strijd, zelf aanschaffen. Hoe hoger de stand en het aanzien van de ridder, hoe hoger de gevraagde inspanning. Het ridderschap kent een strakke hiërarchie waarin de graven en baronnen logischerwijs boven de jonkheren staan. Binnen het feodale leger wordt een baron die met zijn soldeniers komt ook als een ridder gezien. Feitelijk is eenieder van adel die met een wapen weet te zwaaien en een pantser kan betalen al snel ook een ridder naar Quoneze maatstaven.

TERUG naar Quon Spelwereld